Noord-Hollands Archief

> Geschiedenis Heemstede


Tolhek aan de Leidsevaart 1770
Het tolhek aan de Leidsevaart, 1770.

 

Geschiedenis van de gemeente Heemstede

Over de vroegste geschiedenis van Heemstede is weinig bekend. Het dorp ressorteerde aanvankelijk onder het ambacht Haarlem, maar toen de Haarlemmers in 1245 stadsrecht kregen, gaf de graaf van Holland de bestuurs- en rechtsmacht over Heemstede aan een van zijn leenmannen. Sindsdien was Heemstede een ambachtsheerlijkheid en waren de heren van Heemstede verantwoordelijk voor het bestuur en de lage rechtspraak, die namens hem door een college van schout en schepenen werden uitgeoefend. De hoge rechtspraak, dat wil zeggen de bevoegdheid halsmisdrijven te berechten, bleef echter voorbehouden aan de baljuw van Kennemerland. Wanneer de heren van Heemstede in hun heerlijkheid waren, resideerden zij in hun eigen slot, ’t Huis van Heemstede, gelegen aan het Spaarne. In 1809 werd dit slot, dat omstreeks 1300 was gebouwd, en daarna verschillende malen is herbouwd, gesloopt.

Opmerkelijk is dat Heemstede in de middeleeuwen geen eigen parochiekerk heeft gehad. In het dorp stond wel een kapel, maar in of rond deze kapel mocht niet worden begraven. Daarvoor waren de dorpelingen op Haarlem aangewezen. In 1573 werd de kapel verwoest tijdens het beleg van Haarlem. Pas in 1625 kregen de Heemstedenaren hun eigen kerk, uiteraard alleen bestemd voor de gereformeerde eredienst. De katholieken konden terecht in de huiskapel van het slot Berkenrode en de buitenplaats Koekoeksduin, waarvan de eigenaren de katholieke eredienst trouw waren gebleven. Later kreeg de katholieke geloofsgemeenschap een eigen kerkje aan de Herenweg. In 1817 werd het afgebroken en vervangen door een nieuw kerkje. In 1880 werd ook dit kerkje gesloopt. Ervoor in de plaats kwam de nu nog bestaande kerk op de hoek van de Kerklaan.

In 1514 werden de Heemstedenaren gevraagd informatie te verschaffen over de financiële en economische toestand van hun dorp. De schout Jacob Dirxzoon verklaarde toen onder ede dat Heemstede ongeveer 82 huizen telde en dat het merendeel van de inwoners een eenvoudig bestaan vond in de landbouw en het vervoeren van vracht met paard en wagen. Anderhalve eeuw later telde Heemstede 330 huisgezinnen. Deze stijging is grotendeels te verklaren door de spectaculaire opkomst van een nieuwe tak van nijverheid; de blekerij. Langs de gehele duinzoom, van Santpoort tot aan Heemstede, vestigden zich tientallen blekerijen, waar de linnen stoffen, het lijnwaad en de garens die in het naburige Haarlem waren geweven en gesponnen, gebleekt werden. Een tweede nieuwe bron van inkomsten waren de talrijke buitenplaatsen van voornamelijk rijke Haarlemmers en Amsterdammers, die in de 17de en 18de eeuw in Kennemerland een buitenplaats lieten bouwen om in de zomer, ver weg van de overvolle en stinkende steden, daar aangenaam te kunnen verpozen. In Heemstede en omgeving hebben zeker zo’n twintig van dergelijke lusthoven gestaan. In de zomermaanden boden de buitenplaatsen aan de lokale bevolking veel werk.

In 1653 werd na het overlijden van de ambachtsheer Adriaan Pauw, raadspensionaris van Holland, Bennebroek tot aparte ambachtsheerlijkheid verheven en nagelaten aan zijn zoon Adriaan, terwijl diens broer Gerard Pauw de bestuurs- en rechterlijke macht over Heemstede kreeg. In 1811 werd Bennebroek weer bij Heemstede gevoegd. Het dorp telde toen bijna 400 inwoners, van wie het merendeel rooms-katholiek. Vijf jaar later herkreeg Bennebroek zijn zelfstandigheid. In 2009 werd de gemeente bij Bloemendaal gevoegd.

In tweede helft 19de eeuw kwam in Heemstede en Bennebroek de bloembollencultuur sterk op. Een van de grootste bedrijven was de firma Rosenkrantz aan de Wagenweg. In het jaarverslag van de gemeente over 1920 wordt zelfs gezegd dat de bollenteelt het belangrijkste Heemsteedse bedrijf was. De gemeente had toen een oppervlakte van 1157 hectare, waarvan 205 in gebruik was als bloembollengrond. In 1925 werd in het wandelbos Groenendaal de eerste internationale Floratentoonstelling gehouden om de bloembollenhandel, die tijdens de Eerste Wereldoorlog zware klappen had gekregen, te promoten. Nog grootser was de Floratentoonstelling van 1935. De expositie trok liefst 750.000 bezoekers, onder wie koningin Wilhelmina, koningin Astrid van België en ex-keizer Wilhelm II van Duitsland. Als gevolg echter van de annexatie van een deel van Heemstede door Haarlem in 1927 en vooral de explosieve stijging van het inwonertal, van 3780 in 1900 tot ruim 26.000 in 1960, nam het bollenareaal sterk af. In 1940 was van de 205 hectare bloembollengrond nog maar 111 hectare over.

De snelle groei van Heemstede in de 20ste eeuw is voor een belangrijk deel te verklaren door de uitstekende verkeersverbindingen met Amsterdam, Haarlem en Leiden. In 1657 al werd Heemstede met deze drie steden verbonden door het doortrekken van de trekvaart Amsterdam-Haarlem naar Leiden. In 1842 werd de spoorlijn Amsterdam-Haarlem verlengd naar Leiden met stations in Heemstede en Vogelenzang. In 1881 konden de Heemstedenaren met de stoomtram naar Haarlem en kort daarna naar Leiden. In 1948 werd deze stoomtram opgeheven en vervangen door de autobus. Dank zij deze goede verbindingen ontwikkelde Heemstede zich tot een typische forensengemeente. Thans telt de gemeente Heemstede ongeveer 26.000 inwoners.