Müllerorgel

4 Müllerorgel

Iedere grote stad heeft ze of wil ze hebben: een uitzonderlijk gebouw, een beroemde kunstcollectie, een uniek standbeeld of een wereldberoemde geleerde. Een Olympisch kampioen(e) mag natuurlijk ook. Grote steden willen dingen hebben waarop ze trots kunnen zijn, die ze in hun p.r.-campagnes kunnen etaleren en die ze aan bezoekende hoogwaardigheidsbekleders kunnen laten zien. Als we de objecten van Haarlemse stedentrots de revue laten passeren, valt op dat ze vaak scheppingen van migranten blijken te zijn. Denkt u maar aan de wereldberoemde portretschilderijen van de Vlaamse vluchteling Frans Hals en aan de Vleeshal, een creatie van de eveneens Vlaamse stadsarchitect Lieven de Key. In de Grote of St. Bavokerk bevindt zich nog zo’n wereldberoemde schepping van een migrant. Tussen 1735 en 1738 bouwde de Duitser Christian Müller daar het nieuwe grote orgel. Müller bouwde meer belangrijke orgels, maar het was het Haarlemse dat hem onsterfelijke roem bracht.

Duitse orgelbespelers en -bouwers

In de loop van de zeventiende eeuw verwierf het orgel zich in de grote gereformeerde kerken een vaste plaats. Het diende vooral als begeleidingsinstrument voor de gemeentezang. Bij de binnenkomst en bij het vertrek van de gemeenteleden werd het ook als muziekinstrument bespeeld. In veel grote steden, waaronder Haarlem, was het orgel in de belangrijkste kerk het eigendom van de stad. In de achttiende eeuw lieten die steden hun orgels ook als concertinstrument bespelen, buiten de kerkdiensten om. Na 1720 kwamen er steeds meer Duitse beroepsorganisten in Nederland werken. Sommigen van hen zoals bijvoorbeeld Gerhard Fredrik Witvogel, organist van de Nieuwe Lutherse Kerk in Amsterdam en Wilhelm Lustig, organist van de Martinikerk te Groningen, bleken buitengewoon invloedrijk. Zij en andere Duitse organisten in Nederland stonden in een andere, een Duitse, traditie van orgelspel. De Nederlandse orgels waren echter te beperkt in klanksoort om die muziek ten gehore te brengen. Door het aandringen van deze organisten kwamen belangrijke Duitse orgelbouwers naar Nederland om nieuwe instrumenten te bouwen waarop de destijds moderne Duitse orgelmuziek wel tot zijn recht kwam. Een van hen was Christian Müller.
(Naar boven)

Christian Müller

Christian Müller moet omstreeks 1690 zijn geboren in het dorp Sankt Andreasberg in het Duitse Harzgebergte. Het is niet bekend welke Duitse meester hem tot orgelbouwer opleidde. Omstreeks 1715 meldde Müller zich in Nederland en werd knecht bij het Amsterdamse bedrijf van Cornelis Hoornbeeck. Spoedig daarna vestigde hij zijn eigen orgelmakerij in de hoofdstad. Zijn reputatie als een van de belangrijkste orgelbouwers van zijn tijd verwierf Müller door de bouw van het nieuwe orgel van de Grote of Jacobijnenkerk te Leeuwarden in het midden van de jaren 1720. Tijdens de werkzaamheden daar heeft Müller hoogstwaarschijnlijk kennisgemaakt met de organist Henricus Radeker. Radeker trad op 1 oktober 1734 in dienst als organist van de Grote of St. Bavokerk in Haarlem.
(Naar boven)

Het nieuwe Haarlemse orgel

Mede onder invloed van Radeker besloot de Haarlemse vroedschap op 14 maart 1735 tot de bouw van een nieuw orgel in de Grote Kerk. Voor Radeker was het ongetwijfeld belangrijk dat een nieuw orgel meer muzikale mogelijkheden zou bieden, voor het stadsbestuur heeft echter ook stedentrots een grote rol gespeeld. Veel andere Hollandse steden bezaten al een nieuw groot orgel en Haarlem kon niet achterblijven. Bij de keuze voor Christian Müller als bouwer van het nieuwe instrument heeft de stem van Radeker allicht zwaar gewogen. Voor het bouwen van dit grote orgel vestigde Müller zich met zijn gezin tijdelijk in Haarlem. Als medewerkers bracht hij enkele andere Duitsers mee, onder hen de meesterknecht Johann Heinrich Bätz die later in Utrecht een belangrijke orgelmakerij vestigde.
(Naar boven)

Faam

Het Haarlemse Müllerorgel werd na zijn voltooiing als snel wijd en zijd beroemd. Velen kwamen naar Haarlem om het te horen of het te bespelen. In 1740 en 1750 bijvoorbeeld door niemand minder dan Georg Friedrich Händel en in 1766 door de toen tienjarige Wolfgang Amadeus Mozart. Aan diens orgelbespeling in Haarlem herinnert een plaquette die in de Grote Kerk is aangebracht.
(Naar boven)

Literatuur

* Klaas Bolt, De historie en samenstelling van het Haarlemse Müller-orgel (Amsterdam 1985).

* C. Hartmann, Die Orgel von St. Bavo: Mozarts Reise nach Haarlem (Herlohn 1947).

* J. Jongepier, Hans van Nieuwkoop en W. Poot, Orgels in Noord-Holland: historie, bouw en gebruik van de Noordhollandse kerkorgels (Schoorl 1996).

* Johannes van Nieuwkoop, Haarlemse orgelkunst van 1400 tot heden. Orgels, organisten en orgelgebruik in de Grote of St.-Bavokerk te Haarlem (Utrecht 1988).

* Ter inzage in de bibliotheek van de Archiefdienst voor Kennemerland.

Op de website van de Haarlemse stadsorganist Jos van der Kooy vindt u nog meer bijzonderheden over het Müllerorgel:
http://www.josvanderkooy.com

Geluidsfragment

De klank van het Müllerorgel: een fragment uit Fantasie f moll, KV 608 van Wolfgang Amadeus Mozart in een uitvoering van Jos van der Kooy, voorkomend op zijn CD ‘Brilliant Organ Works’.


Adres Müllerorgel

Grote of St. Bavokerk
Oude Groenmarkt 23
Haarlem