> De Pauselijke Bul van Innocentius II
|
Het oudste stuk van het Noord-Hollands ArchiefHet oudste originele stuk van het Noord-Hollands Archief berust in het archief van de abdij van Egmond en stamt uit 1140. Het is een bul, een pauselijke akte, waarbij paus Innocentius II de abdijen van Egmond en Rijnsburg in eigendom en bescherming neemt. Op 29 februari 1140 maakte paus Innocentius II aan abt Wouter bekend dat graaf Dirk VI, op een bedevaart naar Jerusalem, mede namens zijn moeder Petronella de abdijen van Egmond en Rijnsburg aan de Heilige Stoel had overgedragen. De paus aanvaardde beide kloosters in eigendom en nam ze in zijn bescherming, mits jaarlijks een cijns van 4 schellingen Friese munt werd afgedragen. Bij gelegenheid van de kerkwijding op 7 oktober 1143 werd het pauselijk privilege plechtig in Egmond afgekondigd. Met dit pauselijk privilege kwam voor de abdij van Egmond een einde aan de rechtstoestand van grafelijk eigenklooster. Een van de voordelen was dat het klooster, nauw verbonden aan de Hollandse graven, op deze manier werd beschermd tegen eventuele al te opdringerige pretenties vanwege de doorgaans vijandig gezinde bisschop van Utrecht. Voor de abdij zelf veranderde er door deze overdracht in de praktijk maar weinig. De graaf behield zijn voogdijrechten over de abdij. Voor het klooster betekende het vooral bescherming; de cijns (belasting) die daarvoor moest worden betaald was het uiterlijke teken van deze bescherming. De speciale band met Rome leverde een bijzondere positie op, die de abdij op juridisch vlak een grotere onafhankelijkheid bezorgde en die de abdij en het abdijdomein tevens vrijwaarde tegen elke mogelijke inmenging van buitenaf. Het feit dat de abdij in de loop der eeuwen herhaaldelijk bevestiging van dit privilege gevraagd en gekregen heeft, toont wel aan dat de inhoud van deze stukken niet altijd hun volle effect bewerkt heeft en dat ze niet altijd gerespecteerd zijn. Van de andere kant blijkt er toch wel uit dat men in de abdij waardering voor dergelijke stukken had en dat de daarin beloofde bescherming, vergezeld van sancties tegen de overtreders, geen loze formule maar een reële en voor de abdij gunstige situatie schiep. De akte is opgesteld in het Latijn. Voor een transcriptie en vertaling van de akte kunt u hier klikken. De archieven van de abdij van EgmondDe archieven van de abdij van Egmond zijn gevormd in de middeleeuwen in de abdij en berustten daar. Bij het einde van de abdij in 1572 werden de daar aanwezige stukken veilig gesteld, zeg maar geconfisqueerd door de gewestelijke overheid. Zo kwamen ze terecht bij het archief van de Staten van Holland. In 1802 kwamen ze onder beheer van de eerste Rijksarchivaris, en berustten vervolgens in het Algemeen Rijksarchief. In 1991-1992 werden ze overgebracht naar het Rijksarchief in Noord-Holland, dat inmiddels is opgegaan in het Noord-Hollands Archief. Tezamen bevatten de archieven van de abdij van Egmond ruim 2600 archiefstukken, waaronder een aantal registers, een aantal rekeningen en een zeer groot aantal charters (aktes op perkament waaraan een of meer zegels hangen). Registers zijn archiefstukken waarin rechtstreeks gegevens worden vastgelegd, of afschriften van stukken of gegevens daaruit. Een beroemd voorbeeld daarvan is het zgn. Cartularium van Egmond. Dit vermoedelijk omstreeks 1420 samengestelde register bevat overgeschreven aantekeningen en akten (die men voor de rechten en geschiedenis van de abdij van belang achtte) uit de periode 889-1421. De bul van Innocentius is dus wel het oudste fysieke stuk dat het Noord-Hollands Archief beheert; de informatie in het archief van de abdij van Egmond gaat echter nog tweeënhalve eeuw verder terug. Literatuur- De abdij van Egmond van de aanvang tot 1573, door J. Hof ('s-Gravenhage-Haarlem 1973). |


